Hoe kan een afname van de emissie tot een toename van de depositie leiden terwijl een afname verwacht wordt?

Soms kan het voorkomen dat een afname van de emissie tot een toename van de depositie leidt. De toename in depositie wordt dan veroorzaakt door (kleine) verschillen in de emissiepunten tussen situatie 1 en 2.

Bij verplaatsing van een kwantitatief gelijkblijvende emissie is het logisch gevolg dat op sommige plekken de depositie toeneemt en op andere plekken afneemt. Als er zowel verplaatsing en afname van de emissie plaats vindt, ligt het aan de verhouding van de verandering van deze beide factoren of er op een bepaalde plek een toename of afname van depositie zal zijn.

Ook een hogere uitstoothoogte kan op enige afstand van het emissiepunt leiden tot een toename van de depositie. De uitgestoten stoffen kunnen dan namelijk verder getransporteerd worden dan bij een lagere uitstoothoogte.